De-minimissteun? Vergeet de verklaring niet!
Beperkte steun – zogenoemde “de-minimissteun” – hoeft onder bepaalde voorwaarden niet als staatssteun te worden gezien. Het gaat dan om steun tot € 300.000 per onderneming over een periode van drie jaar, of zelfs tot € 750.000 bij diensten van algemeen economisch belang. Aanmelding bij de Europese Commissie is dan niet nodig en de overheid kan direct tot steunverlening overgaan. Dit biedt in de praktijk regelmatig uitkomst.
De verplichte de-minimisverklaring
Maar van belang is wel dat de staatssteunregels bepalen dat de overheid voorafgaand aan de verlening van de steun, eerst een zogenoemde de-minimisverklaring moet krijgen. Daarin verklaart de begunstigde onderneming hoeveel de-minimissteun hij de afgelopen drie jaar al heeft ontvangen.
Europees Hof: verklaring is harde voorwaarde
Uit een recent arrest van het Europees Hof van Justitie volgt dat deze voorafgaande verklaring een harde voorwaarde is om de-minimissteun te mogen verlenen. Dat arrest ging over de-minimissteun in de landbouwsector, maar die regels zijn op dit punt vergelijkbaar met de reguliere de-minimisregels. Het Hof oordeelt dat het voor de toekenning van nieuwe de-minimissteun noodzakelijk is dat eerst een de-minimisverklaring wordt verkregen. Die verklaring is immers nodig voor de betrokken overheid om te kunnen nagaan of wordt voldaan aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Met andere woorden: zonder verklaring weet je als overheid niet of de begunstigde onderneming voldoet aan de voorwaarden en nog ruimte heeft om de-minimissteun te mogen ontvangen. Als de onderneming bijvoorbeeld het jaar ervoor al € 250.000 de-minimissteun heeft ontvangen, dan is er nog maar € 50.000 aan ruimte over.
Wanneer moet de verklaring er zijn?
Het is dus van groot belang om vóór het moment van toekenning van de steun een de-minimisverklaring te hebben. Dat is het moment dat de begunstigde onderneming een harde aanspraak krijgt op de steun (bijvoorbeeld op grond van een overeenkomst of subsidiebeschikking). Dat kan al eerder zijn dan het moment van betaling. Overigens kan de verklaring nog wel ná de oorspronkelijke steunaanvraag worden verstrekt (zoals een subsidieaanvraag), zo lang dat maar vóór de toekenning van de steun is, aldus het Hof.
Risico’s als de verklaring ontbreekt
Een tijdige de-minimisverklaring is in het belang van zowel de overheid als de begunstigde onderneming. Zonder die verklaring is geen sprake van de-minimissteun en zal de steun in beginsel ‘gewoon’ kwalificeren als staatssteun. Zonder vrijstelling of goedkeuring van de Europese Commissie is de verlening van staatssteun onrechtmatig. Onrechtmatige steun kan leiden tot terugvordering of zelfs nietigheid van de overeenkomst.
Het voorgaande betekent ook dat zónder de-minimisverklaring, hoogstwaarschijnlijk niet achteraf nog gesteld kan worden dat bepaalde steun hoe dan ook toelaatbaar is omdat die steun onder de drempel voor de-minimissteun bleef. In een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart jl. speelde de vraag of de gemeente staatssteun had verleend door de kosten op zich te nemen van de isolatie van een voormalige boerderij die zij verkocht. Het hof overwoog dat het daarin geen staatssteun zag, “al was het maar omdat de de minimis drempel niet wordt overschreden en ook anderszins sprake is van een maatregel met een puur lokaal karakter”. Deze overweging met betrekking tot de de-minimisdrempel valt niet goed te rijmen met het arrest van het Europees Hof. Daaruit volgt immers dat als de voorafgaande verklaring ontbreekt, de steun niet achteraf nog als de-minimissteun kan worden aangemerkt.
Tot en met eind 2028 blijft de verklaring noodzakelijk
De de-minimisverklaring blijft in elk geval noodzakelijk tot en met eind 2028. Vanaf dat moment is het de-minimisregister drie jaar operationeel en is daar alle verleende de-minimissteun te vinden.
Vragen over staatssteun? Neem contact op met ons team EU & Staatssteun.

