Het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod; reden te meer om het Handelsregister te raadplegen.

23 december 2014

door: Sana Derksen

Op 1 september 2014 is het wetsvoorstel “Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod” ingediend bij de Tweede Kamer (“Wetsvoorstel”). Het wetsvoorstel biedt (onder meer) de curator de mogelijkheid om de civiele rechter te verzoeken een bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon een bestuursverbod op te leggen.

Inhoud Wetsvoorstel
In geval van faillissement van een rechtspersoon kan op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie een bestuursverbod door de civiele rechter worden opgelegd aan een bestuurder voor een periode van (maximaal) vijf jaar. Met een bestuurder wordt gelijkgesteld diegene die het beleid van de rechtspersoon (mede) heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De rechter kan (hiertoe bestaat geen verplichting) het bestuursverbod echter pas uitspreken als tijdens, of niet langer dan drie jaar voorafgaand aan de faillissementsdatum zich ten minste één van de volgende feiten heeft voorgedaan (niet limitatief):

  •  ten aanzien van de bestuurder is bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak vastgesteld dat er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:138/248 Burgerlijk Wetboek
  • rechtshandelingen verricht, toegelaten of gefaciliteerd door de bestuurder, waardoor schuldeisers    zijn benadeeld, zijn bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak vernietigd op grond van artikel 42 of 47 Faillissementswet;
  • ondanks een verzoek van de curator is de bestuurder jegens hem in ernstige mate tekortgeschoten in de nakoming van de informatie- of medewerkingsverplichting op grond van de Faillissementswet;
  • de bestuurder was als zodanig, of als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, minimaal tweemaal eerder betrokken bij een faillissement van een rechtspersoon waarbij sprake was van hem treffende persoonlijke verwijtbaarheid;
  • aan de failliete rechtspersoon of diens bestuurder is een onherroepelijke boetebeschikking opgelegd wegens overtreding van artikel 67d, 67e of 67f Algemene wet inzake rijksbelastingen.                    

Is het vonnis waarbij het bestuursverbod is opgelegd eenmaal onherroepelijk, dan zal het worden ingeschreven in het Handelsregister. De betrokkene zal dan niet langer meer als bestuurder of commissaris ingeschreven kunnen staan en worden bestaande inschrijvingen bij het handelsregister doorgehaald. Als hij bestuurder of commissaris is van andere rechtspersonen dan die waarvan het faillissement werd uitgesproken, dan wordt ook die inschrijving in het Handelsregister doorgehaald.

Een besluit waarbij hij opnieuw benoemd wordt tot bestuurder of tot commissaris, is op grond van het voorgestelde artikel 106b lid 1 Faillissementswet nietig. Een verzoek tot inschrijving in die hoedanigheid in het Handelsregister zal dan ook worden geweigerd. Het bestuursverbod heeft daarmee tot gevolg dat de betrokkene zich niet meer kan verschuilen achter een rechtspersoon. Wel mag hij aandelen houden en deelnemen aan het rechtsverkeer. Met het wetsvoorstel is niet beoogd deze vormen van economische activiteit te verbieden.

Conclusie
De introductie van de mogelijkheid om bestuurders langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod op te leggen is een goede ontwikkeling. Immers, met het bestuursverbod wordt bereikt dat voor een bepaalde tijd de betreffende bestuurder het handelsverkeer geen verdere schade kan berokkenen. Is een bestuursverbod eenmaal (onherroepelijk) opgelegd aan een bestuurder dan zal dit voor derden kenbaar zijn uit het Handelsregister. Voor de dagelijkse praktijk reden te meer om het Handelsregister te raadplegen.

 

 

Terug naar overzicht