Verhuur aan studenten, de ‘campusclausule’

08 mei 2014

Door: Marleen van Dijkman

Met de huidige omvang van leegstand van kantoren stijgt de vraag naar oplossingen voor die leegstand. Aan de andere kant bestaat ook een kwantitatief en kwalitatief tekort aan studentenhuisvesting. Beleggers spelen hierop in door bestaande kantoorgebouwen te transformeren tot gebouwen geschikt voor studentenhuisvesting.

Campusclausule
Bij verhuur van woonruimte aan studenten kan gebruik worden gemaakt van de zogenaamde ‘campusclausule’. Op grond van de campusclausule kan gemakkelijker tot een einde van de huurovereenkomst worden gekomen dan bij verhuur van woonruimte aan niet-studenten. De campusclausule maakt het mogelijk dat de verhuurder de huurovereenkomst kan beëindigen als de student-huurder niet binnen drie maanden na een (eenmaal per jaar toelaatbaar) verzoek van de verhuurder daartoe, een kopie van zijn inschrijvingsbewijs bij een universiteit, hoge school of andere onderwijsinstelling heeft overgelegd (artikel 7:274 lid 4 BW).

Om van deze extra opzegmogelijkheid gebruik te maken, moet in het campuscontract uitdrukkelijk zijn bepaald dat:

i) de woonruimte bestemd is voor studentenhuisvesting, en
ii) dat deze na het einde van de huur weer aan een student zal worden verhuurd.

De betreffende bepaling waarin dit is opgenomen wordt de ‘campusclausule’ genoemd.

Wanneer deze bepaling in de huurovereenkomst is opgenomen, kan de verhuurder de huurovereenkomst beëindigen wanneer de student-huurder niet in staat of bereid is om een kopie van een inschrijvingsbewijs aan een universiteit of hoge school te verstrekken - om de woonruimte vervolgens opnieuw aan een student te verhuren. Op zichzelf kan de huurovereenkomst langer duren dan de studieduur van de student-huurder. Zolang de verhuurder de student-huurder niet vraagt om een bewijs van inschrijving of geen actie onderneemt om de huur vervolgens op te zeggen, zal de huurovereenkomst blijven bestaan. De verhuurder zal dan ook actief zijn rechten die voortvloeien uit het campuscontract moeten uitoefenen.

Beëindiging van het campuscontract
Om de huurovereenkomst met de student-huurder te beëindigen, zal de verhuurder de huurovereenkomst dus op moeten zeggen op grond van de campusclausule die in de huurovereenkomst is opgenomen. Deze opzegging moet bij aangetekende brief of deurwaarderexploot worden gedaan en de verhuurder dient de opzegtermijn in acht te nemen. Wanneer de student-huurder niet instemt met de beëindiging van de huurovereenkomst, zal de verhuurder een procedure bij de rechter aanhangig moeten maken om tot een einde van de huurovereenkomst te komen. De opgezegde huurovereenkomst blijft bestaan totdat de rechter onherroepelijk op de beëindigingsvordering van de verhuurder heeft beslist. De rechter zal een datum bepalen waarop de student-huurder het gehuurde zal moeten ontruimen indien hij vaststelt dat aan de voorwaarden van de campusclausule is voldaan. De rechter kan wanneer hij de vordering van de verhuurder toewijst, de student-huurder een tegemoetkoming in zijn verhuis- en inrichtingskosten toekennen.

Campusclausule voor alle soorten studentenhuisvesting en studenten
De campusclausule kan niet alleen worden opgenomen in huurovereenkomsten met betrekking tot  zogenoemde campuswoningen, studentenflats in andere complexen of  woonruimte speciaal gebouwd of geschikt gemaakt voor studentenhuisvesting, maar ook in huurovereenkomsten met betrekking tot (on)zelfstandige woonruimten die niet deel uitmaken van een flatgebouw of een andere bouwkundige eenheid met alleen studentenwoningen. Ook kamers kunnen worden verhuurd met een campusclausule

Aan het begrip ‘student’ heeft de wetgever een ruime definitie gegeven. Hieronder vallen niet alleen studenten in het wetenschappelijk en hoger onderwijs, maar ook studenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Het maakt daarbij geen verschil of er sprake is van voltijdstudenten of deeltijdstudenten. De hoedanigheid van de huurder als student in de zin van de wet is niet gekoppeld aan een daadwerkelijk studeren of het behalen van bepaalde studieresultaten. Het gaat er enkel om dat de huurder staat ingeschreven aan een universiteit of hogeschool of instelling van middelbaar beroepsonderwijs. In de toekomst zal mogelijk ook met promovendi een huurovereenkomst met een campusclausule kunnen worden gesloten. Het wetsvoorstel daartoe zal naar verwachting dit najaar bij de Tweede Kamer worden ingediend. 

Wilt u nog meer weten naar aanleiding van dit artikel? Neemt u dan gerust contact op met Marleen van Dijkman, zij adviseert u graag op alle terreinen van het huurrecht.

 

Terug naar overzicht