Gevolgen voor verhuurders nieuwe Warmtewet

27 januari 2014

door: Marleen van Dijkman

Warmtewet per 1 januari 2014
Vanaf 1 januari 2014 geldt de Warmtewet. Het is van groot belang dat verhuurders nagaan of de Warmtewet op hen van toepassing is, met name omdat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) -zoals hierna zal blijken- bevoegd is om behoorlijke sancties op te leggen in geval van niet naleving van de Warmtewet.

De Warmtewet beoogt – kort gezegd – consumenten en kleine zakelijke afnemers van warmte (met een aansluiting van maximaal 100 kW) te beschermen en betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening te bevorderen. De wetgever heeft dit noodzakelijk geacht omdat voornoemde afnemers vaak afhankelijk zijn van één leverancier die het warmtenet beheert. Deze leverancier heeft daardoor een monopoliepositie.

De Warmtewet geldt echter ook voor verhuurders die warmte, waaronder ook warmwater en tapwater, leveren aan huurders via een warmtenet zoals stadsverwarming of blokverwarming. Dit kunnen zowel huurders van woningen, kantoren als winkelruimten zijn. Wanneer de huurder een aansluiting heeft van maximaal 100 kW, is de wet van toepassing. Alleen wanneer de huurder een aansluiting van meer dat 100 kW heeft of warmte krijgt via een eigen CV ketel, geldt de Warmtewet niet. Als de Warmtewet van toepassing is, rusten op de verhuurder onder meer de volgende verplichtingen.

Voorwaarden levering warmte
De verhuurder mag voor de levering van warmte niet meer dan de door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vastgestelde maximumprijs in rekening brengen. Daarnaast mag hij redelijke kosten in rekening brengen voor het ter beschikking stellen van de warmtewisselaar en het op grond van de Warmtewet vastgestelde tarief voor de meting van het warmteverbruik. De verhuurder dient ten minste één maal per jaar een gespecificeerde nota ter beschikking te stellen. Daarnaast is de verhuurder gehouden een betrouwbare en inzichtelijke boekhouding te voeren en een storingsregistratie bij te houden. Ook komt op de verhuurder een onderhandelingsplicht te rusten om met de warmteproducent te onderhandelen over het beschikbaar stellen van warmte tegen redelijke prijzen en voorwaarden.

Overeenkomst tot levering van warmte
Iedere nieuwe huurovereenkomst die onder de werking van de Warmtewet valt moet vanaf 1 januari 2014 vergezeld gaan van een overeenkomst tot levering van warmte die aan de vereisten van de Warmtewet voldoet. In deze overeenkomst, die in de huurovereenkomst zelf kan worden vervat, moet in elk geval zijn bepaald welke goederen en diensten door de verhuurder zullen worden geleverd en aan welk kwaliteitsniveau deze zullen voldoen. Daarnaast moet de overeenkomst een compensatieregeling bevatten die de gevolgen regelt van het niet halen van het overeengekomen kwaliteitsniveau en die geldt in geval van ernstige storingen.

Informatieplicht
De verhuurders waarop de Warmtewet van toepassing is, moeten hiervan melding maken bij de ACM, die belast is met de uitvoering en het toezicht op naleving van de Warmtewet. Deze melding moet volgens de Warmtewet ‘zo spoedig mogelijk’ na intreding van de wet op 1 januari 2014 plaatsvinden. Wanneer dat precies is, blijkt niet uit de wet. Om te voorkomen dat een boete van EUR 450.000,-- wordt opgelegd – waarover hierna meer – doen verhuurders er goed aan zo snel mogelijk de melding te doen.

Sancties
De ACM kan in geval van overtreding van de Warmtewet een last onder dwangsom opleggen en daaraan voorschriften verbinden die zien op het verstrekken van informatie aan de ACM. Daarnaast kan de ACM in sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer een verhuurder niet aan zijn informatieplicht voldoet, een boete opleggen van ten hoogste EUR 450.000,-- of als dat meer is 1% van de jaaromzet van de overtreder.

Het is dus van belang dat verhuurders nagaan of de Warmtewet op hen van toepassing is en zo ja, dat zij zich zo spoedig mogelijk daaraan conformeren!

 

 

 

Terug naar overzicht